Dag van Stephanus (26 dec.): Jezus, een nieuw begin!

This sermon will soon be available in English.

Vandaag vieren wij de eerste van drie heilige dagen in de octaaf van kerstmis: de dag van Stephanus, de eerste martelaar van de kerk. In een octaaf gedenken we niet alleen het feit waar de feestdag naar terugverwijst, maar ook de huidige en toekomstige betekenis en vervulling ervan. Zo vierden wij gisteren het hoogfeest van Kerstmis, daar gedachten wij het grote mysterie van de menswording van Gods Zoon. De komende acht dagen verdiepen wij de betekenis van deze openbaring voor ons in het heden en in de toekomst.

De feesten in deze octaaf helpen ons dan onze gedachten te richten op een aantal onderwerpen die daarvoor behulpzaam zijn. Een van de onderwerpen is martelaarschap. Het verband tussen Kerst en het martelaarschap is dat de Heiland onze natuur aannam om ons te verlossen, en zij hun mensheid verloren omwille van de Verlosser. Het nieuwe goddelijke leven dat met de Christus in de wereld kwam, wordt in hen zichtbaar zoals het in ons zichtbaar moet worden. Dit wordt goed weergegeven in een van de kerstcollects waarin wij bidden om “geloofsvertrouwen dat wij volharden in het belijden van Uw eniggeboren Zoon, en dat wij zo verlost worden van alle tegenspoed van het huidige leven en opgenomen worden in het toekomende leven van onvergankelijke vreugde.”

Vandaag gedenken wij dus Stephanus, morgen Johannes en de dag daarna de onschuldige kinderen van de kindermoord in Bethlehem. Daarin volgen wij een vroege traditie in de kerk, waarin in 375 het kerstfeest en dit feest bijna gelijktijdig een plek kregen. Het feest van Johannes werd kort daarop ingevoerd. De twee passen bij elkaar. Daar waar Stephanus de martelaarskroon verkreeg door zijn bloedige dood, verkreeg Johannes die door zijn heel zijn leven door te brengen in reine devotie en volkomen toewijding. Ook dat is martelaarschap. Stephanus had dan de kleur rood, Johannes de kleur wit. Daarmee vormden zij een beeld van het Lam dat in reinheid van leven (wit) het offer voor de zonde bracht (rood). Het derde feest dat van de onschuldige kinderen werd kort daarop ingevoerd om uitdrukking te geven aan de tienduizenden onschuldigen die hun leven gaven voor de Heiland. Een vers in het Hooglied brengt het samen: “Mijn Liefste is blank en rood, hij steekt als een vaandel boven tienduizend uit.” Deze drie vormen drie soorten martelaarschap waar de geboorte van Christus ons toe oproept.

Stephanus en het nieuwe begin in Jezus Christus

De octaaf eindigt op 1 januari met het feest van de Besnijdenis van onze Heer. Daarin werd onze Heiland onderworpen aan de Wet. Met Kerstmis werd niet alleen Jezus geboren, maar ook een nieuwe tijd. Hoe verhield die tijd – waarin Gods Zoon is mensgeworden – zich nu tot de tijd die daarvoor lag, de tijd van het verbond van de besnijdenis? Wat is het gevolg van de geboorte van Jezus Christus voor het Oude Verbond? En in dit licht wil ik met jullie spreken over Stephanus, als degene die zo uitzonderlijk getuigd heeft van de geboorte van het nieuwe verbond in Jezus Christus en dat met de dood moest bekopen.

De beschuldiging die tegen Stephanus werd geuit spreekt ervan: “Deze man houdt niet op lasterlijke woorden te spreken tegen deze heilige plaats en tegen de wet, want wij hebben hem horen zeggen dat die Jezus de Nazarener deze plaats zal afbreken en de gebruiken zal veranderen die Mozes ons overgeleverd heeft.”  Het Evangelie van vandaag past hierbij: Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild! Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. 

Stephanus was een duidelijk voorbeeld van een van die boodschappers. Hij was daarbij een Helleense Jood en een van de zeven eerste diakenen die waren verkozen om de animositeit tussen Helleense en Judese Joden weg te nemen. De vraag van de verhouding van het nieuwe verbond tot het oude verbond stond bij hem voortdurend onder de aandacht. De spanning blijkt ook uit de context van zijn toespraak. Deze vond specifiek plaats voor het Sanhedrim. Het hoogste Joodse gezag dat op dat moment aanwezig was. Stephanus gaat in zijn toespraak een stuk verder dan de apostelen eerder en eindigt in de beschuldiging dat “zij de wet niet hebben gehouden”. Zijn getuigenis is dat God in Jezus Christus een nieuwe stap heeft gezet in vervulling van zijn beloften aan Israel.

Typen ter ondersteuning van Stephanus’ getuigenis

Hij doet dit door een aantal typen te gebruiken uit het oude verbond en deze te plaatsen op de huidige situatie van het volk Israel met de komst van Jezus. Achtereenvolgens behandeld hij Gods handelen met Abraham, Jozef, Mozes en David en Salomo. Laten wij alle vier punten doorlopen.

  1. Stephanus noemt specifiek dat de vader – de oude mens – eerst moest sterven, voordat Abraham geroepen werd op een nieuwe weg. Het oude van de wet moet voorbijgaan, om het nieuwe in Jezus Christus te volgen. Dit wordt versterkt door te wijzen op het feit dat Abraham geen erfdeel verkreeg in het land, ook toen het beloofde Zaad (Izak) geboren was. Wat er wachtte was een tijd van lijden. Zo ook de Joden tot wie hij sprak. Zij moesten bereid zijn om God te volgen op een nieuwe weg met de geboorte van het beloofde Kind. Dit vroeg lijden en geduld, in plaats van een onmiddellijke vervulling van beloften.
  2. Dan volgt de verwijzing naar Jozef, die verworpen wordt door zijn broers, het Huis van Israel, maar verwelkomd wordt in Egypte. God verloste Jozef uit al zijn verdrukkingen. En zo verloste Hij ook Jezus uit de dood. En na Zijn verwerping door het Huis van Israel zou hij worden aangenomen door de heidenen. Stephanus noemt specifiek dat zijn broers Jozef pas bij de tweede ontmoeting herkende. Tot die tijd moesten Jozef broers een lange lijdensweg door. En zo moest het Sanhedrim niet denken dat omdat de natie als geheel Jezus verwierp dit afdeed aan de waarheid van Jezus zending. Sterker nog, het zou het Huis van Israel in de tijd van Jezus net zo vergaan als de broers. Zoals de Heer zegt in het Evangelie: “Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend isHij Die komt in de Naam van de Heere!”
  3. Ten derde, Mozes. Hij wijst eerst op de tijd van Mozes geboorte. Net als Mozes tijd, was de tijd van Jezus geboorte een van duisternis en verdrukking van het volk onder een heidense macht. En de moord op de jongetjes in Egypte wordt herhaald in de kindermoord in Bethlehem, die wij komende zondag gedenken. Ook hier noemt Stephanus specifiek dat Mozes eerst verworpen wordt door zijn broers en pas bij zijn terugkeer wordt aangenomen. Stephanus benadrukt dat “Die Mozes, die zij afgewezen hadden toen zij zeiden: Wie heeft u tot een leider en rechter aangesteld? hém heeft God als leider en verlosser gezonden.” Stephanus ziet dit als een duidelijke verwijzing naar de Heer: Dit is de Mozes die tegen de Israëlieten gezegd heeft: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren. Wat volgt is een verschrikkelijke vermaning: “Onze vaderen wilden Mozes niet gehoorzamen, maar verwierpen hemen keerden in hun hart terug naar Egypte”. Ze keerden zich af van de aanbidding van God zoals geopenbaard op de berg, en dit leidde tot ballingschap. En zo is het volgens Stephanus ook nu. De verwerping van de aanbidding in geest en waarheid in Jezus Christus, zou leidden tot een nieuwe ballingschap, een huis in woestenij achtergelaten.
  4. De tabernakel en tempel is daarom het laatste onderwerp. Dit is wat Israel uniek maakte. In de tabernakel was de Heer zichtbaar onder hen door de Heerlijkheid des Heren – de Shechinah. In de tijd van Jezus keken ze uit naar de terugkeer van deze Heerlijkheid des Heeren. De terugkeer van God naar Sion. Nu zegt hij: David verlangde een woonplaats te vinden voor de God van Jakob. Maar Salomo bouwde voor Hem een Huis. Ook hier de onverwachte wending van Gods soevereine plan. Zo ook in de tijd van Jezus, de wending. God keert niet terug naar een tempel van steen: De Allerhoogste woont echter niet in tempels die met handen gemaakt zijn. Hij zal nooit in de tempel in Jeruzalem gaan wonen. Hij citeert Jesaja: De hemel is voor Mij een troon. Daar is de echte tempel. De tabernakel was alleen een afbeelding van wat in de Hemel was, zegt Stephanus. In Jezus Christus is de ware Tempel gekomen.

Stephanus getuigt dus tegen het Sanhedrim dat God een ander volk kiest en een andere Tempel bouwt. Toen zij dit hoorden, barsten hun harten van woede en doodde hem. Maar niet voordat Stephanus nog eenmaal getuigt: “Stephanus, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God.” Joden worden begraven met hun aangezicht naar de tempel. Stephanus richt zijn aangezicht naar de ware tempel. Daar ziet hij de Heerlijkheid en Jezus. Gods zichtbare tegenwoordigheid is van nu aan in Jezus Christus en in hen die Zijn lichaam vormen. Daarom lezen we dat Stephanus vol is van de Heilige Geest, dat Hij sprak door de Geest en dat Zijn gezicht was als het gezicht van een engel.

En ondanks Israels verwerping van hun Messias en de verharding van hun hart, was Stephanus’ hart niet verhard tegen hen. Hij viel op zijn knieën en bad: Heere, reken hun deze zonde niet toe! Welke zonde, zijn steniging? Misschien, maar zou het ook niet de zonde van Israel kunnen zijn in de verwerping van hun Messias? De getuigen legden hun kleren af aan de voeten van een jongeman, die Saulus heette. Juist deze jongeman zou de boodschap van Stephanus uitwerken tot de kern van zijn theologie zoals wij die deze week lezen in zijn brieven aan de Galaten en de Romeinen. Daarin vinden we precies dezelfde thema’s terug. En net als Stephanus’ gebed zo ook Paulus: “Broeders, de oprechte wens van mijn hart en mijn gebed tot God voor Israël is gericht op hun zaligheid”. Wij kunnen Paulus niet begrijpen zonder te beseffen welk een indruk deze toespraak op hem gemaakt moet hebben.

Conclusie

En zo komt de boodschap tot ons. In Jezus Christus is God een nieuwe weg ingeslagen met Israel en heel de wereld. Van Kerst af zijn onze ogen op Hem gericht. Wij moeten bewust zijn van onze voortdurende neiging vast te zitten in hoe wij denken dat God volgens ons behoort te handelen. God is soeverein over Zijn plan. Onze houding moet er een zijn van diepe ootmoed bij het wonder van Kerst. Stephanus noemt niet voor niets expliciet het voorval van de brandende doornstruik die niet verteerde, een juist beeld van het wonder van de menswording. En dat God zei: Maak de sandalen aan uw voeten los, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.  Dat is de houding die Gods openbaring in Jezus Christus ontvangt. De houding van Johannes toen Hij de heer zag en als dood op de grond viel. Het is de houding van alle martelaren.

U staat hier op deze heilige grond. Hier in deze plaats rust de Heerlijkheid des Heeren. Hij openbaart zich hier tot U. Uw ogen zien, uw handen tasten, en uw tong proeft het heil dat in Christus Jezus is, in het Sacrament dat alleen kan bestaan op grond van ons geloof in de Menswording. En die verlossing wil Hij nu werken in U, die wedergeboren en door genade tot Zijn kinderen zijn aangenomen, die dagelijks door Zijn heilige Geest vernieuwd wordt. Op deze manier volhardt u in de belijdenis van de Eniggeboren Zoon. Want u bent door God verkoren als middel om dit getuigenis van Jezus Christus tot de wereld te brengen. Dat is waar martelaarschap om draait.

Dat geldt ook voor jullie kinderen die met dit feest naar voren mogen komen om het Sacrament van Zijn lichaam en bloed te ontvangen. Jezus is niet voor niets ook een kind geweest. Hij weet wat het is om ouders te hebben en naar school te gaan. En niet voor niets denken we aan de onschuldige kinderen die werden gedood in Bethlehem door de boze Herodus.

Laat ons niet stoppen bij een kerstfeest van cadeautjes, chocola en snoepjes. Zeker die vreugde en al het lekkers is een passend symbool. Maar nu moeten we die gezellige stal verlaten en een stap verder zetten en de diepe betekenis van Jezus voor ons persoonlijk leren kennen. De Joden en Herodus wilde juist angstvallig vasthouden aan hun oude leven en wat ze altijd al deden, terwijl Jezus er is! Dat kan niet! Dus, wat betekent het voor je dat Gods Zoon is mensgeworden? Is Jezus ook jouw Heer? Wat betekent dat dan? Stephanus, Johannes en de onschuldige kinderen worden ons daartoe voorgesteld als voorbeelden om na te volgen.